Official Gmail Blog: Update on today’s Gmail outage
Kijk eens, Marc: je ben niet de enige
Kijk eens, Marc: je ben niet de enige
Ben je benieuwd hoe je webserver bezocht wordt en heb je weleens een warmtekaart gezien? Dan begrijp je wel wat ClickHeat doet. Wow! ClickHeat rocks!
Office Productivity Application Outputs
De presentatie begint met vaststellen van de juiste definities van Open Source en Open Standaarden. Open Standaarden zorgen voor interoperabiliteit, concurrentie en keuzevrijheid. Een standaard wil niet zeggen, dat alles geregeld is. Sommige standaarden laten ruimte voor interpretatie en het doel van een standaard is dat alles werkt. Niet meer, maar zeker ook niet minder! Geordie legt uit dat het beter is om één standaard te kiezen dan verschillende. Als voorbeeld haalt hij het stopcontact aan. Als je een apparaat gaat kopen in de winkel en je moet je eerst afvragen of je het thuis wel kunt inpluggen in het stopcontact, of als je huis drie verschillende stopcontacten nodig heeft omdat er drie standaarden voor elektriciteit bestaan, dan zou het leven er niet best uitzien. Het is grappig, want terwijl hij dit vertelt, denk ik dat dit natuurlijk wereldwijd wèl een probleem is, maar dat onderschrijft zijn verhaal. Hij legt uit dat er zes stappen zijn voor overheden om naar open standaarden over te stappen. Stap 0. Er is totaal geen interesse. Stap 1. Erkenning van de waarde van open standaarden. Stap 2. Het kiezen van een open standaard. Stap 3. Het aankondigen van het gebruik van de open standaard. Stap 4. Tijdsplan en overgangsplan (indien van toepassing). Stap 5. Gebruik gesloten en open standaard (indien van toepassing) en uiteindelijk Stap 6. Gebruik enkel nog de open standaard. ODF (Open Document Standard) is door de SFLC (Software Freedom Law Center) bestempeld als veilig-te-gebruiken open standaard. Veilig in de zin dat er geen mitsen, maren en restricties aan de standaard kleven. Al 28 landen hebben aangegeven het gebruik van ODF aan te moedigen of zelfs al te gebruiken. Ons buurland België zit momenteel in fase 5 en heeft zich ten doel gesteld in september 2008 alle documentuitwisseling in ODF te zullen doen. Als keuzecriteria voor toekomstige open standaarden hebben de Belgen drie voorwaarden gesteld: 1. Het moet een ISO-gecertificeerde standaard zijn, 2. De standaard moet verschillende platforms (Windows, Linux, Mac) ondersteunen en 3. De standaard moet uitwisselbaar zijn met eerdergekozen standaarden. In Zuid-Africa zit men ook in fase 5, mede dankzij de hulp van de Belgen. Daar heeft men ODF tot de nationale standaard uitgeroepen en daarmee is alle twijfel verdwenen. Ook Brazilië zit in fase 5. De heren geven aan dat alle landen van de NAVO hebben aangegeven ODF te willen implementeren, maar… “Help ons! We zitten vast!”. Tom en Geordie adviseren alle overheden van harte om hun eigen open standaarden te kiezen op basis van de voordelen die de standaarden bieden en om hierbij zo open en eerlijk mogelijk te kijken naar de mogelijkheden. “Iedere keuze brengt kosten met zich mee en zo brengt ook het niet maken van een keuze kosten met zich mee”. “Microsoft heeft overduidelijk aangegeven op termijn geen ondersteuning meer te bieden voor oude Office-bestanden, dus uiteindelijk moet iedereen iets doen en dat kost geld en moeite, maar minder dan het niets doen”, is de boodschap.
ODF And The Adoption-Led Market
Simon vertelt ons op sprankelende wijze dat we ons begeven in de derde fase van de Open Source ontwikkeling. Hij citeert Ghandi en zegt: “First they laugh at you, then they fight you and in the end you win”. De maatschappij werkte vroeger meer centraal en alle actie vond plaats midden in het “wiel, waarna je via de spaken van het wiel je ding kon krijgen”. Tegenwoordig werkt het anders. We zijn een mesh-society geworden en door het internet haalt iedereen wat hij wil hebben op de dichtstbijzijnde plek waar hij het kan krijgen, wat niet langer meer het centrale midden van het “wiel” is. We werken P2P (peer-to-peer) en alles verandert. Wat niet meeverandert, zal uiteindelijk afbrokkelen en vergaat, voorspelt Simon. Hij vertelt over het project MySociety in de UK, waar hij van zijn parlementsleden middels RSS het laatste nieuws kan volgen van de site theyworkforyou.com en via writetothem.com kan hij direct zijn parlementsleden schrijven. Verder legt Simon uit dat Free niet Gratis betekent, maar Vrijheid. Open Source Software kost evengoed geld bij implementatie, alleen hoef je pas te betalen als je iets nodig hebt en niet wanneer iemand anders vertelt dat je móet betalen. Er zijn een hoop partijen die dóen alsof ze de Open Source Community een warm hart toedragen, terwijl ze enkel Closed Source gebruiken en verkopen; dat werkt natuurlijk niet! Als grote voorbeelden van Open Source software noemt Simon Apache en Ubuntu, hoewel deze projecten onderling totaal van elkaar verschillen. Er is dus veel mogelijk binnen hetzelfde concept van Open Source Software. Hij legt uit dat Open Source zonder Open Standaarden geen zin heeft en andersom. Ze kunnen niet zonder elkaar. Bij Open Source Software en Open Standaarden draait het om het samenbrengen van belangen van individuen en organisaties. Op de vraag uit het publiek of Open Source Software veiliger of inveiliger is dan Closed Source Software antwoordt Simon dat iedereen zijn eigen belang vertegenwoordigt en tegelijkertijd het collectieve belang, zodat de markt zelf zorgt dat alle Open Source Software veilig is. Niemand heeft immers baat bij slecht geschreven software en fouten kunnen snel worden opgespoord. We moeten dus meer samenwerken om de droom van Open Source Software te kunnen verwezelijken!
Meer informatie vind je op de blog van Simon Phipps: webmink.net
Best of Worlds
David van Gent is een Learning Consultant bij IBM. Zijn werk heeft alles te maken met onderwijs en hij presenteert zichzelf als Evangelist van Virtuele Werelden en Onderwijs binnen Europa. Aanvankelijk had hij geen enkele interesse in Open Source Software, totdat IBM het Eclipse Project startte. Door Yahoo!Groups kon hij vóór het slapen een probleem melden en na het wakker worden vond hij in deze online community de oplossing voor zijn probleem. Door deze positieve ervaring ondervond hij aan den lijve het potentieel van Open Source Software; je kunt ermee wereldwijd de klok rond mee samenwerken en iedereen draagt zijn steentje bij! Er is een hoop gebeurd in de tussentijd. Zo levert IBM standaard haar servers uit met Linux en als je als medewerker bij IBM Windows op je PC wilt hebben, dan moet je een verdomd goede reden hebben en die vermelden bij je aanvraag. Ze gebruiken als Office-pakket Lotus Symphony en ze adviseren bedrijven om Open Source te integreren in hun bedrijfsstrategie. Eén van de vele open source projecten van IBM is het Opensimulator Virtual Worlds project (opensim) geweest. IBM erkent dat Second Life van Linden Lab momenteel het sterkste pakket is, maar ze willen verdere vendor lock-in voorkomen en daarom gaan ze verder met hun eigen open source project voor het bouwen van virtuele werelden. IBM schuwt de nieuwe ontwikkelingen niet. Voor de opening van een nieuw Innovation Center heeft IBM voor meer dan 100 gelijktijdige gebruikers het programma ActiveWorlds gebruikt, waarmee iedereen virtueel bijeen kon zijn. We zien een enorme lijst aan open source projecten, die IBM van harte aanmoedigt. Middels het Technology Adoption Program wil IBM haar medewerkers aanmoedigen nieuwe ideeën uit te proberen. IBM streeft Open Education na en is een partnership aangegaan met KennisNet. Ook vertelt David iets over een partnership met de Universiteit van Utrecht en het Gaming and Leadership Report. Hij legt uit hoe in World of Warcraft natuurlijke leiders opstaan, die worden gevolgd door de medespelers, waarvan het bedrijfsleven iets kan leren. Het is dus wel degelijk zinnig om computerspelletjes te spelen; al was het enkel om je eigen leiderschapskwaliteiten te verkennen. Een leider die slecht presteert, wordt automatisch vervangen door een meer capabele leider. Zo kan het gebeuren dat voor het ene project de een en voor een ander project een ander de beste leider is en zo zouden bedrijven ook meer moeten functioneren, legt hij uit. Saillant detail: Een dame met zowel een manlijke als een vrouwelijke avatar kreeg meer leiderschap toebedicht aan haar manlijke avatar. Ook in de virtuele werelden is dus nog een hoop emancipatie nodig! Ik krijg de indruk dat IBM zich erg heeft verbonden aan de Open Source Community en dat is goed. Ze doen dat door zowel actief bij te dragen aan projecten, alsook door het actief stimuleren van goede ideeën van de eigen medewerkers. Binnen IBM’s Innovation Jam worden na drie dagen collectief brainstormen de drie beste ideeën uitgevoerd en omgezet in een project, waarmee IBM hoopt uiteindelijk een goed product of goede dienst aan haar klanten te kunnen slijten, het product zelf te gebruiken of het anders te schenken aan de community.
The Future of Moodle And How Not To Stop It
In de titel van zijn presentatie knipoogt Hans naar het boek “The Future of the Internet and how to stop it”. Hans is een evangelist van Moodle en zijn boodschap is duidelijk positiever. Moodle is een systeem dat erg populair is in het onderwijs. Je kunt er als leraar lesprogramma’s mee maken, die weer door andere leraren kunnen worden gebruikt om les te geven. Verder doet Hans uit de doeken hoe je met het systeem de activiteit van zowel leraar als leerling kunt volgen. Hans is lui geweest en toont ons de definitie van Moodle, zoals Wikipedia die kort en bondig samenvat. Moodle beschikt over een uitzonderlijk positieve en constructieve community, waarin men in een prettig klimaat oplossingen aandraagt voor problemen of vragen van anderen. Dit in tegenstelling tot de vaak onaardige toon in veel technische communities, waar veelal wordt verwezen naar RTFM. Hans toont ons de roadmap van Moodle 2.0 en legt zelfs uit waarheen Moodle zich zal gaan ontwikkelen ná versie 2.0. Moodle draait om samenwerken, op allerlei gebied. We kunnen de slides van Hans terugvinden op slideshare.net/hansdezwart. Na zijn presentatie neemt Eliane Metni het woord en vertelt ze hoe ze in Jemen een meertalig internationaal elektronisch leersysteem heeft opgezet op plaatsen, waar men tot voor kort nog nauwelijks beschikking had over computers. Eliane is het levende bewijs voor het succes van Moodle. Ze vertelt over hoe ICT een grote verandering brengt in het leven van de mensen daar. Met slechts beperkte middelen heeft ze een programma begeleid waarbij leraren werden getraind om ze onafhankelijk les te kunnen laten geven met behulp van Moodle. Juist in Jemen is men erg voorzichtig met het binnenhalen van buitenlandse zaken, of dat nou software betreft of de geschonken pennen van KennisNet aan een school in Jemen, die ze als illustratie aanhaalt. Het klinkt als een onvoorstelbare taak om in een klimaat van achterdocht, beperkte middelen en computeranalfabetisme een dergelijk project tot een succes te maken, maar het is haar gelukt. Petje af! Langzaamaan begin ik na de verhalen van Claudia Lamoureaux, Hans de Zwart en Eliane Metni in te zien hoe ICT middelen een grote rol kunnen spelen in wereldwijs onderwijs en armoedebestrijding…
Overheid en Open Communities
Ineke Schop, Programma Manager NOiV (Nederland Open in Verbinding, naar het gelijknamige actieplan van staatssecretaris Frank Heemskerk) legt vertelt ons dat het hoog tijd is voor: Niet praten, maar doen! Open Source is niet hetzelfde als Open Standaarden en na het actieplan NOiV is nu de het bedrijfsleven aan zet. Verder constateert ze dat er momenteel nog geen aansluiting is tussen beleid en praktijk en dat er in de overheid verder weinig innovatie kan worden gevonden. De omslag moet dus van buitenaf komen en wij, Open Source Experts, het publiek, moeten daar voor zorgen. Ze pleit voor goed kennismanagement binnen de overheid (momenteel nog onvoldoende!) en er moeten kaders komen voor aanbesteding. Ze legt uit dat wanneer er momenteel een (te) groot project wordt aanbesteed, automatisch de kleine bedrijfjes afhaken en dat wil ze omdraaien. De kleine bedrijfjes kunnen samen als één grote club samenwerken. Dit beeldt ze uit met kleine visjes en een grote vis, waarbij ik meteen aan de staatsloterij moet denken. Interessant. DP: Helaas is het zo dat die bedrijfjes liever elkaar beconcurreren dan samenwerken, dus dat vergt nogal een cultuuromslag. Verder constateert ze dat er op hogescholen en universiteiten onvoldoende Open Source wordt onderwezen. De studenten krijgen enkel software van Microsoft mee, waardoor er later in het bedrijfsleven onvoldoende kennis is van de markt van Open Source. Ze onderstreept de noodzaak voor goede interoperabiliteit en daarbij kunnen Open Standaarden een goede uitkomst bieden. We krijgen een diagram voorgeschoteld waarin onze overheid vijf stappen verwijderd is van onze maatschappij (Functie, Afdeling, Gemeente, Keten, Samenleving) en ze geeft aan dat de meeste overheden pas op stap 1 zitten. Dat moet beter! “We hebben beleidsthema’s nodig die de ICT-beslissers binnen de overheid aanspreken”, pleit ze. “We hebben succesverhalen voor herkenbaarheid nodig”. Als voorbeeld noemt ze het uitwisselformat bij de bestrijding van de tsunami, waarbij eerst iedereen elkaar tegenwerkte en pas nadat er goede afspraken waren gemaakt over de communicatie op basis van Open Standaarden, verliep de hulpverlening op rolletjes.
Ik hoor in haar verhaal een hoop kritiek en uitdagingen, maar een duidelijke uiteenzetting over hoe “we” dat gaan aanpakken, hoor ik niet. Maar we hebben wel een hoop stof tot nadenken meegekregen!
Na de opening van Dag 1 van de Holland Open door Henk van Cann en Herbert Blankesteijn is het woord aan Claudia L’Amoureaux van Linden Lab. Ze stond aanvankelijk op de sprekerslijst als Claudia Linden, waarbij ik in de wandelgangen vóór het evenement al iemand hoorde mompelen: “Goh. Ze heten allemaal Linden bij Linden Lab…”. Wat bleek? Claudia had zich abusievelijk aangemeld met de naam van haar Avatar uit Second Life; iets wat haar vaker overkomt. Ze legt uit dat haar First Life en haar Second Life naadloos in elkaar opgaan en dat dit soms voor verwarring zorgt bij de mensen om haar heen. Ze heeft een presentatie gemaakt op vuvox.com. De mensen in de zaal (en jullie thuis, of op kantoor) kunnen deze presentatie live op hun laptop volgen. In haar presentatie (Flash vereist), die overigens als een soort verfrissend lang breiwerkje van links naar rechts door het scherm loopt, vertelt ze iets over de geschiedenis van Second Life en iets over haar eigen geschiedenis. Ze heeft Alternatieve Toekomst (Alternative Futures; let op het meervoud) gestudeerd en die kennis kwam later van pas toen ze met behulp van Second Life alternatieve lesmethoden is gaan onderzoeken. Ze zegt: “We need better methods for education” en ze doet uit de doeken hoe Second Life een rol kan spelen in het leerlingen de lesstof laten ondergaan, in plaats van iets statisch als een boek tot zich laten nemen. Door de snel ontwikkelende techniek, zul je vaker de leerling voor de klas aantreffen en de docenten in de klas, legt ze uit. Het is leuk dat haar presentatie vol zit met links naar allerlei content. Het zou daarom leuk zijn als we haar presentatie zelf in een alternatieve toekomst zouden kunnen linken
Ze gaat door en introduceert Education 2.0, een term, afgeleid van Web 2.0, waarvoor Second Life een uitstekend middel biedt voor prototyping. Verder noemt ze het project Virtual Worlds van Global Kids, waarbij kinderen met behulp van Second Life online kunnen leren in een virtuele omgeving en vertelt ze dat we rolmodellen en voorlopers nodig hebben. “Zijn er lesmethoden of onderwerpen die wellicht beter niet virtueel kunnen worden gedoceerd?” vraagt iemand uit de zaal. Ze legt uit dat het een kwestie van persoonlijke voorkeur is en dat ze bijvoorbeeld zelf graag een “echte” wandeling door de natuur maakt, hoewel ze daar onmiddellijk aan toevoegt dat een virtuele natuuromgeving ook duidelijk toegevoegde waarde biedt aan de “echte wereld”. In Second Life kun je vliegen naar plekken waar je anders nooit zou kunnen komen. Ze toont ons een foto van Claudia’s avatar op ons eigen Centraal Station in Amsterdam! Claudia’s boodschap is: het gaat om een Open Mind: denk na over alternatieven en sluit bij voorbaat niets uit. Daar sluit ik mij van harte bij aan. Ik vond haar verhaal in het begin ietwat warrig en ik vroeg me af of er niet meer cijferwerk in haar presentatie had gemoeten voor het zittende publiek. In de koffiepauze na Claudia’s presentatie sprak ik iemand van de Hogeschool van West Vlaanderen, die naar Holland Open is gekomen op verkenningsmissie. We vonden Second Life allebei een interessante omgeving om verder over na te denken. Of het werkelijk zover is dat er “echt” virtueel lesgegeven kan worden (hoe “manage” je een klas met leerlingen in een virtuele wereld en waar blijft de toegevoegde waarde van een leraar, als hij niet mee kan komen met de ontwikkeling?) blijft voorlopig onze vraag.
We hebben Claudia op tape, waarin ze zelf nog even haar presentatie kort samenvat. Thanks Claudia! We hope to hear more from you and Second Life.
Links: New Media Consortium, Studio Wikitecture, Skoolaborate, Henry Jenkins, Wall Street Journal covers teen entrepreneurs, Claudia Lindens officiële blog op Second Life.